Varend Corso Westland op Unesco-lijst Immaterieel Erfgoed

Afgelopen donderdag, 16 december is Varend Corso Westland als onderdeel van de Nederlandse corsocultuur ingeschreven op de Representieve lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed.

Een unieke gebeurtenis en enorme waardering voor dat wat het corso is. Zoals cultuurminister Ingrid van Engelshoven mooi zei tijdens de bekendmaking van de inschrijving: “Met deze inschrijving onderstrepen we het belang van de corsocultuur. Deze vorm en andere vormen van Immaterieel Erfgoed verbindt mensen en verleent hun een gevoel van identiteit.”

Als organisatie van Varend Corso Westland kunnen we dit alleen maar onderstrepen en zijn we natuurlijk enorm trots op deze erkenning. We kijken er dan ook nog meer naar uit om na twee jaar afwezigheid komend jaar weer te kunnen varen.

De Corsocultuur in Nederland is groots
Nederland telt zo’n dertig corso’s verspreid over het hele land. De corso’s zijn divers van aard: groot en klein, rijdend, varend en stilstaand, en met bloemen of met fruit. Sommige corso’s zijn heel klein, maar ook de grootste corso’s ter wereld zijn in Nederland te vinden. Een corso is veel meer dan alleen een optocht. Het bouwen van de corsowagen of -boot en alles wat daar bij komt kijken, is een sociaal en creatief proces waar de hele gemeenschap gedurende een groot deel van het jaar mee bezig is. Jong en oud, man en vrouw werken samen. Kinderen en jongeren worden intensief bij het corso betrokken en de cultuur wordt overgedragen van generatie op generatie. Daarmee leveren de corso’s een grote bijdrage aan de sociale cohesie van hun gemeenschap. Door de inspanning van de Corsokoepel is het gelukt om de Corsocultuur op te nemen op de Representatieve Lijst.